| Taalvaardigheidseisen Spreken PAT |
|
De taalgebruiker kan op structurerend niveau:
1. informatie, argumenten, standpunten, conclusies weergeven in teksten zoals verslagen, lezingen, presentaties, hoorcolleges.
|
| Tekstkenmerken |
| Woordenschat |
De woordenschat is uitgebreid en gevarieerd waardoor de informatie helder en gedetailleerd verwoord wordt. Verkeerde woordkeuze komt nog slechts sporadisch voor. Lexicale leemtes worden met duidelijke omschrijvingen verholpen. De begrijpelijkheid wordt nergens verstoord. |
| Grammatica |
De teksten vertonen een zeer goede grammaticale beheersing. Kleinere grammaticale fouten (lidwoorden, vervoeging niet-frequente onregelmatige werkwoorden, voorzetsels, …) komen nog slechts sporadisch voor en zijn niet systematisch. |
|
Structuur/
Samenhang/Lengte |
De informatie wordt op een duidelijke, goed gestructureerde en samenhangende manier weergegeven. Hierbij wordt gebruik gemaak van een duidelijke tekstopbouw en verbindingswoorden. |
| Onderwerp |
De onderwerpen liggen binnen het wetenschappelijke of academische domein. |
| Register |
Een gepast register wordt gehanteerd. |
| Uitspraak |
De uitspraak is duidelijk en correct met een bijna natuurlijke intonatie. |
| Tempo |
Het tempo is vlot. Pauzes en aarzelingen komen zelden voor. | |
|