|
De taalgebruiker kan op structurend niveau:
1. informatie, argumenten, standpunten, conclusies weergeven in teksten zoals verslagen, zakelijke brieven, memo's en boodschappen, abstracts, samenvattingen, rapporten.
De taalgebruiker kan op beoordelend niveau:
2. informatie, argumenten, standpunten, conclusies bij elkaar brengen in teksten zoals papers of verhandelingen, examenantwoorden;
3. zelf standpunten, argumenten, conclusies formuleren in teksten zoals betogen, papers of verhandelingen, interne nota's.
|