Home Over ons Contact Examens Toetsenbank Ondersteuning Links FAQ

Taalvaardigheidseisen Mondelinge interactie PAT

INPUT

De taalgebruiker kan op structurerend niveau:

1. vragen, informatie, argumenten, standpunten, conclusies en instructies tot in detail begrijpen tijdens bijvoorbeeld mondelinge examens, presentaties en lezingen;

2. informatie, argumenten, standpunten en conclusies selecteren tijdens bijvoorbeeld vergaderingen, discussies en debatten;

3. de structuur begrijpen of zelf aanbrengen tijdens bijvoorbeeld vergaderingen, werkcolleges, interviews.

De taalgebruiker kan op beoordelend niveau:

4. informatie, argumenten, standpunten en conclusies vergelijken tijdens bijvoorbeeld discussies, debatten en werkcolleges.

OUTPUT

De taalgebruiker kan op structurerend niveau:

5. zelf vragen en informatie formuleren tijdens bijvoorbeeld mondelinge examens, interviews, vergaderingen;

6. informatie weergeven tijdens bijvoorbeeld werkcolleges, interviews, vergaderingen.

De taalgebruiker kan op beoordelend niveau:

7. zelf informatie, argumenten, standpunten en conclusies formuleren tijdens bijvoorbeeld discussies en debatten, werkcolleges.

 

Tekstkenmerken

INPUT

Woordenschat

De woordenschat is gerelateerd aan het academische, wetenschappelijke domein. De teksten bevatten overwegend algemene academische taal, maar vakspecifieke woordenschat kan af en toe ook voorkomen.

Grammatica De zinsopbouw is overwegend redelijk complex. Lange, samengestelde zinnen komen vaak voor.
Onderwerp

De onderwerpen liggen binnen het wetenschappelijke of academische domein.

Uitspraak De uitspraak is duidelijk. Een licht dialectgekleurd accent kan voorkomen.
Register  Het register is overwegend formeel.
Tempo Er kunnen zich tempoversnellingen voordoen.

OUTPUT

Woordenschat

De woordenschat is uitgebreid en gevarieerd waardoor de informatie helder en gedetailleerd verwoord wordt. Verkeerde woordkeuze komt nog slechts sporadisch voor. Lexicale leemtes worden met duidelijke omschrijvingen verholpen. De begrijpelijkheid wordt nergens verstoord.

Grammatica

De teksten vertonen een zeer goede grammaticale beheersing. Kleinere grammaticale fouten (lidwoorden, vervoeging niet-frequente onregelmatige werkwoorden, voorzetsels …) komen nog slechts sporadisch voor en zijn niet systematisch.

Structuur/

Samenhang/Lengte

De informatie wordt op een duidelijke, goed gestructureerde en samenhangende manier weergegeven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een duidelijke tekstopbouw en verbindingswoorden.

Onderwerp

De onderwerpen liggen binnen het wetenschappelijke of academische domein.

Register

Een gepast register wordt gehanteerd.
Uitspraak

De uitspraak is duidelijk en goed met een bijna natuurlijke intonatie.

Tempo Het tempo is vlot. Pauzes en aarzelingen komen zelden voor.