| Taalvaardigheidseisen Luisteren PAT |
|
De taalgebruiker kan op structurerend niveau:
1. informatie, argumenten, standpunten en conclusies selecteren tijdens bijvoorbeeld presentaties, lezingen, hoorcolleges, (wetenschappelijke) documentaires, reportages, interviews, discussies en debatten.
|
|
Tekstkenmerken |
| Woordenschat |
De woordenschat is gerelateerd aan het academische, wetenschappelijke domein. De teksten bevatten overwegend algemene academische taal, maar vakspecifieke woordenschat kan af en toe ook voorkomen. |
| Grammatica |
De zinsopbouw is overwegend redelijk complex. Lange, samengestelde zinnen komen vaak voor. |
|
Structuur/Samenhang/Lengte |
De teksten zijn overwegend lang. De tekststructuur kan complex en slechts impliciet aangegeven zijn. |
| Onderwerp |
De onderwerpen liggen binnen het wetenschappelijke of academische domein. |
| Register |
Het register is overwegend formeel. |
|
Uitspraak |
De uitspraak is duidelijk. Een licht dialectgekleurd accent kan voorkomen. |
| Tempo |
Er kunnen zich tempoversnellingen voordoen. | |
|